Practicum Chemie

Only available on StudyMode
  • Pages : 16 (4161 words )
  • Download(s) : 935
  • Published : December 3, 2010
Open Document
Text Preview
Algemene Chemie:
Verslag Practica

Eerste practicum: Basiskennis in verband met waterige oplossingen, chemische reacties en stoechiometrische berekeningen

1. Definities van dichtheid en relatieve dichtheid
De dichtheid en de concentratie van een oplossing kunnen in dezelfde eenheid, kg/l, uitgedrukt worden. Wat is dan het verschil tussen dichtheid en concentratie? De concentratie van een opgeloste stof in een oplossing is de HOEVEELHEID VAN DIE STOF aanwezig in een bepaalde hoeveelheid oplossing. De dichtheid van een oplossing is de MASSA VAN DE OPLOSSING per eenheid van volume. 2. Experimenten

2.1. Proef 1: Bereiden van een oplossing uitgaande van een vaste stof Op je tafel staat een zout dat water uit de lucht heeft aangetrokken. Je moet tijdens dit practicum het massapercentage van het zout in deze stof bepalen. Hiertoe ga je in dit practicum 100 ml oplossing bereiden met een concentratie van 10,0 gram vaste stof per liter oplossing. Welke twee stoffen tref je in de vaste stof aan?

Natriumcarbonaat en water
Schrijf de chemische formule van het zout.
Na2CO3
Wat is de naam van het zout?
Natriumcarbonaat
Hoe groot is de oplosbaarheid van dit zout in water?
300 g/L
Hoeveel vaste stof ga je nauwkeurig afwegen?
1,0 gram

Omdat je een oplossing met een nauwkeurig gekende concentratie moet maken, zal de keuze van het materieel hier belangrijk zijn. Duid op het hiervolgend lijstje het materieel aan dat je nodig hebt. * Balans * Beker 100 ml * Erlenmeyer 100 ml

* Bekertje * Kleenexdoekjes
* Parafilm
* Spatel
* Maatcilinder 100 ml
* Maatkolf 100 ml
* Opzuigpeer
* Pipet
* Spuitfles met gedemineraliseerd water
* Trechter

Welke handelingen zal je moeten uitvoeren om een oplossing te bereiden met gekende concentratie? Schrijf de handelingen in de juiste volgorde, vermeld het materieel dat je zal gebruiken en voer uit. 1. De beker op de balans plaatsen en systematisch het zout met de spatel in de beker overbrengen totdat de balans 1,0 gram aangeeft. 2. Het zout in de beker oplossen met gedestilleerd water en overbrengen in de maatkolf met behulp van de trechter. 3. Herhaaldelijk de beker met gedestilleerd water spoelen en overbrengen in de maatkolf, zodanig geen resten in de beker overblijven (± 3 maal). Ook de trechter voldoende spoelen, zodat al het zout in de maatkolf terecht komt. 4. De maatkolf verder aanlengen met gedestilleerd water tot 100 ml (punt van u-vormige boog op lijn). 5. Het homogeen maken van de oplossing.

Het zout is in de oplossing aanwezig onder de vorm van ionen of van moleculen? Schrijf de formule van de ionen die in de oplossing aanwezig zijn: Na2CO3 2 Na+ + CO32-

2.2. Proef 2: Verdunnen van een oplossing
2.2.1. Berekeningen vooraleer te verdunnen
Hoeveel ml HCl-oplossing 6,4% moet je afmeten en aanlengen met gedemineraliseerd water om 100 ml HCl-oplossing 0,10 molair te bekomen? Hierna ga je de oplossing van dit probleem stap voor stap berekenen. * Bereken de molecuulmassa van HCl: 1,01 + 35,45 = 36,46 * Leid de molaire massa van HCl af: M = 36,46 g/mol

* Hieronder bereken je de molariteit van de HCl-oplossing 6,4% of anders gezegd: Hoeveel mol HCl zijn aanwezig in 1.000 ml HCl-oplossing 6,4%? * V = 1000 ml = 1 L
* = mopl/ Vopl
mopl = . Vopl = 1,030 kg/L . 1 L = 1,030 kg = 1030 g
* 6,4 % = massaopgeloste stof / totale massa oplossing . 100% massaopgeloste stof = 0,064 . 1030 g = 65,92 g
* mol = m/M = 65,92 g / 36,46 g/mol = 1,808 mol
* Molariteit = 1,808 M
Je weet dat de dichtheid van de oplossing 1,030 kg/L is, wat wil zeggen dat
1000 ml HCl-oplossing 6,4% een totale massa heeft van 1,030 kg.
Je weet dat het massapercentage van de HCl-oplossing 6,4% is, wat wil zeggen dat
100 g HCl-oplossing 6,4 g HCl...
tracking img