Bloeddruk

Only available on StudyMode
  • Pages : 7 (1664 words )
  • Download(s) : 1286
  • Published : September 29, 2008
Open Document
Text Preview
Hypertensie
1.Introductie
Hypertensie is een zeer belangrijke risicofactor voor cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit. Tevens komen bij patiënten met hypertensie volgende aandoeningen frequenter voor: CVA, TIA, atherosclerose, congestief hartfalen, acuut myocardinfarct en nierlijden. Van hypertensie wordt gesproken vanaf men bij 3 opeenvolgende consulteringen bij een patiënt een systolische bloeddruk > 140 mmHg of een diastolische bloeddruk > 90 mmHQ opmeet.

We vinden bij volwassenen (vanaf 18 jaar) verschillende graden van hypertensie:

Systolische bloeddruk (mm Hg)Diastolische bloeddruk (mm Hg) Optimale bloeddruk< 120< 80
Normale bloeddruk120-12980-84
Hoognormale bloeddruk130-13985-89
Hypertensie graad 1140-15990-99
Hypertensie graad 2160-179100-109
Hypertensie graad 3>179>109

Het kan voorkomen dat bij patiënten in het ziekenhuis of in een huisartskabinet hypertensie wordt gemeten, terwijl bij ambulante bloeddrukmeting of bij meting thuis de bloeddruk normaal is. In dit geval spreken we van wittejashypertensie. Deze patiënten hebben een lager cardiovasculair risico, maar toch is het aangewezen om ze van nabij op te volgen.

De risicofactoren voor hypertensie zijn:

-Leeftijd: >55 jaar voor de man, >65 jaar voor de vrouw
-Polsdruk bij ouderen (verschil tussen systolische BD en diastolische BD) -Roken
-Dislipidemie:
oTotale cholesterol: > 190 mg/dl
oLDL-cholesterol: > 115 mg/dl
oHDL-cholesterol: man < 40 mg/dl ; vrouw < 46 mg/dl
oTriglyceriden: > 150 mg/dl
-Nuchtere plasmaglucose: 102-125 mg/dl
-Abnormale glucosetolerantie
-Abnormale obesitas: buikomtrek: man > 102 cm ; vrouw > 88 cm -Familiale cardiovasculaire belasting: man < 55 jaar ; vrouw < 65 jaar

Men zal de behandeling van hypertensie richten op het verlagen van de bloeddruk (het zachte eindpunt), maar nog veel meer op het vermijden van complicaties zoals AMI, CVA, TIA, enz. M.a.w. de harde eindpunten of het therapeutisch doel zijn in de eerste plaats het verlengen van de levensduur (‘quantity of life’) en het verbeteren of zoveel mogelijk in stand houden van de levenskwaliteit (‘quality of life’).

Aanvankelijk start men doorgaans met niet-medicamenteuze behandeling. Dit kan zeer ruim zijn. In geval van overgewicht kan men vermageren, verminderen van de zoutinname (< 6g/dag), stoppen met roken, meer lichaamsbeweging, minder alcoholconsumptie, wijzigen van het dieet: meer groenten en fruit eten, minder inname van verzadigde vetzuren, enz.

Bij patiënten met lichte tot matige hypertensie kan daarna een therapeutische behandeling ingesteld worden. In geval van ernstige hypertensie moet onmiddellijk overgegaan worden tot medicamenteuze therapie. Dergelijke therapie dient men steeds stapsgewijs op te drijven tot het gewenste effect (zijnde de gewenste bloeddruk) wordt bereikt. Combinatietherapie kan nodig zijn.

Volgende middelen komen in aanmerking: diuretica, betablokkers, ACE-inhibitoren, angiotensine-II-receptorantagonisten, calciumantagonisten, alfablokkers en centraalwerkende antihypertensiva. Bij de diuretica hebben thiaziden de voorkeur boven lisdiuretica omdat ze de patiënt minder fel doen plassen (QoL) en langer werken (1x daags toedienen).

2.Beslisboom

Hypertensie ( ≥ 140 / 90 mmHg)

Primaire oorzaak vs. secundaire oorzaak

Oorzaak bestrijden
Ernstige vs milde tot matige hypertensie

Eerste 6 maanden niet –medicamenteuze behandeling

Geen of onvoldoende verbeteringOnder controle

Medicamenteuze behandelinggeen medicamenteuze behandeling starten

3.Maken van het Formularium
3.1.Effectiviteit
3.1.1.Relatieve waarde
Bij de effectiviteit kijken we naar de harde eindpunten: het verlagen van de morbiditeit en mortaliteit. Deze zijn echter zeer moeilijk te meten, dit in tegenstelling tot het zachte eindpunt, zijnde het dalen van de bloeddruk tot de gewenste waarden. We zullen de effectiviteit dan ook als vrij belangrijk aanzien....
tracking img